
Restspanning behandelen bij aanhoudende klachten
Specialist in fascia en zenuwstelselregulatie bij chronische spanning
Veel mensen lopen rond met spanning die maar niet verdwijnt. De pijn is niet altijd scherp. Soms is het een constante druk. Soms een zeurende ondertoon. Soms het gevoel dat je lichaam nooit écht ontspant. Je hebt fysiotherapie gehad. Oefeningen gedaan. Misschien meerdere behandelingen geprobeerd. En toch keert het terug. Dat is geen pech. Dat is geen zwakke plek. Dat is restspanning.
Wat is restspanning?
Restspanning is spanning die in het lichaam achterblijft nadat de oorspronkelijke oorzaak verdwenen is. Een blessure is hersteld. Een stressperiode is voorbij. De acute klacht is opgelost. Maar het lichaam staat nog steeds in lichte waakstand. Spieren blijven subtiel aangespannen. Schouders staan net iets hoger. De kaak klemt zonder dat je het merkt. De ademhaling blijft oppervlakkig. Dit is geen acute blessure. Dit is een beschermingspatroon dat is blijven hangen. En dat patroon zit niet alleen in spieren. Het zit in fascia. In het zenuwstelsel. In automatische bewegingspatronen. Daarom verdwijnt het niet vanzelf.
Waarom klachten blijven terugkomen
Veel behandelingen richten zich op het verminderen van pijn. Dat helpt tijdelijk. Maar als het onderliggende spanningspatroon intact blijft, keert het lichaam terug naar zijn oude staat. Het lichaam doet dat niet om je tegen te werken. Het doet dat om je te beschermen. Restspanning ontstaat vaak na: • langdurige stress • een blessure • emotionele belasting • herhaalde fysieke overbelasting Het probleem is dan niet de spier. Het probleem is dat het systeem niet volledig is teruggekeerd naar rust.
De rol van fascia bij chronische spanning
Fascia is het bindweefsel dat alles in het lichaam met elkaar verbindt. Het omhult spieren, organen en zenuwen. Het reageert op stress. Het past zich aan aan houding. Het slaat spanning op. Wanneer spanning langdurig aanwezig is, verandert de structuur van fascia. Dat kan leiden tot: • bewegingsbeperking • terugkerende pijn • drukgevoel • stijfheid die niet verdwijnt Je kunt een spier ontspannen. Maar als het fasciale netwerk verkort blijft, komt de spanning terug. Daarom richt mijn behandeling zich op het hele spanningssysteem, niet alleen op losse spieren. Kijk maar eens op: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/?term=role+of+myofascia+with+chronical+pain.
Het zenuwstelsel: de ontbrekende schakel
Restspanning is zelden puur mechanisch. Het autonome zenuwstelsel bepaalt of je lichaam zich veilig voelt. Wanneer het systeem langdurig overbelast is geweest, blijft het lichaam subtiel aanspannen. Niet zichtbaar. Wel voelbaar. Je ontspant niet volledig. Je zakt niet echt weg. Je blijft net boven rustniveau hangen. Dat is restspanning. Behandeling betekent dan niet harder werken. Behandeling betekent reguleren.
Het lichaam verraadt wat jij al voelt
We zeggen niet voor niets: De wereld op je schouders dragen. Je kaken op elkaar houden. Een steen op je maag voelen. Taal volgt fysiologie. Wanneer je langdurig verantwoordelijkheid draagt, trekken je schouders samen. Wanneer je je inhoudt, spant je kaak. Wanneer je onder druk staat, verkrampt je buik. Als die toestand lang genoeg duurt, wordt het normaal. Tot het lichaam begint te protesteren.
Waar reguliere behandelingen stoppen
Fysiotherapie richt zich op herstel. Massage richt zich op ontspanning. Maar restspanning vraagt iets anders. Het vraagt:
• diepte
• tijd
• regulatie van het zenuwstelsel
• fasciale benadering
• individuele afstemming Ik werk niet met standaardbehandelingen. Niet met snelle ontspanningssessies. Ik werk daar waar spanning zich heeft vastgezet.
Onderzoek toont aan dat fascia een belangrijke rol speelt bij chronische pijn en bewegingsbeperkingen (zie bijvoorbeeld publicaties via PubMed).
Hoe ik restspanning behandel
Mijn aanpak combineert: • gerichte fasciale technieken • zenuwstelselregulatie • langere sessies wanneer nodig • adem als ondersteunende factor • continue afstemming op het lichaam Het doel is niet tijdelijke ontspanning. Het doel is het veranderen van het spanningspatroon. Wanneer het zenuwstelsel veiligheid ervaart, kan fascia loslaten. Pas dan ontstaat duurzame verlichting.
Waarom de onderarm vaak de sleutel is bij schouderpijn
Wat veel mensen verrast, is dat schouderklachten niet altijd beginnen in de schouder zelf. In de praktijk blijkt de onderarm regelmatig een belangrijke schakel te zijn. Met name de spier aan de buitenzijde van de onderarm – de brachioradialis – kan bij langdurige spanning een kettingreactie veroorzaken richting de bovenarm en schouder. Wanneer deze spier verkrampt of overbelast is, ontstaat er een subtiele ‘klem’ in het hele bovenlichaam.
Cliënten merken vaak direct verschil wanneer dit gebied wordt vrijgemaakt. De mobiliteit in de schouder neemt toe, soms al binnen enkele minuten. Dat betekent niet dat de klacht volledig opgelost is, maar het laat zien dat de spanning onderdeel is van een groter fasciale netwerk.
Onder de huid is goed te voelen dat het weefsel soms minder soepel is. Het voelt niet als een glad oppervlak, maar eerder als kleine verklevingen of verdichtingen in de fascia.
Met een gerichte fasciale techniek – waarbij het weefsel wordt vastgepakt en weer losgelaten in een ritmische beweging – wordt stap voor stap ruimte gecreëerd. We beginnen bij de hand of duim, werken via de onderarm naar de elleboog en volgen vervolgens de spanningslijnen richting bovenarm en schouderkop.
Door deze lijnen systematisch te behandelen, zowel aan de voorzijde, achterzijde als zijkant, wordt het hele systeem soepeler. Mensen ervaren vaak direct verlichting.
Belangrijke gebieden die hierbij betrokken zijn, zijn onder andere de spieren rond het schouderblad, zoals de infraspinatus, supraspinatus en de teres-spieren. Wanneer deze samen met de fasciale lijnen worden meegenomen, vermindert de druk rondom de schouder aanzienlijk.
Dit is precies waarom schouderpijn zelden een geïsoleerd probleem is. Het lichaam werkt in ketens. Door niet alleen lokaal te behandelen maar het volledige spanningspatroon te volgen, ontstaat duurzame verlichting in plaats van tijdelijke ontspanning.
Cupping bij schouderklachten: diepe ruimte creëren in fascia
Naast manuele technieken maak ik bij schouderklachten regelmatig gebruik van cupping. Niet als trend, maar als gerichte fasciale interventie.Cupping wordt al eeuwenlang toegepast in verschillende culturen. De reden dat deze techniek vandaag de dag opnieuw populair is, is eenvoudig: het werkt.
Waar handen druk uitoefenen, werkt cupping precies andersom. Door middel van vacuüm wordt het weefsel subtiel omhoog getrokken. Hierdoor ontstaat ruimte tussen huid, bindweefsel en onderliggende structuren. Dit heeft een groot bereik. Niet alleen op de plek waar de cup staat, maar in de volledige fasciale zone eromheen.
Veel cliënten merken al binnen enkele minuten verschil. De pijnsensatie verandert. Druk vermindert. Beweging voelt lichter. Dat gebeurt omdat verkleefde of gespannen weefsels opnieuw bewegingsvrijheid krijgen.
Ik werk met siliconen en medische kunststof cups. Deze zijn veilig, gecontroleerd en effectief. Ik werk bewust niet met vuurtechniek, zodat veiligheid en precisie altijd voorop staan. Cupping is geen losse techniek, maar onderdeel van een bredere aanpak waarin fascia en zenuwstelsel centraal staan. Het wordt ingezet wanneer het systeem baat heeft bij ruimte, doorbloeding en herorganisatie van spanning.
Bij schouderklachten zie ik vaak dat cupping in combinatie met gerichte fasciale behandeling zorgt voor een versnelling van herstel. Niet omdat het “magisch” is, maar omdat het mechanisch en neurologisch logisch is. Het lichaam krijgt letterlijk ruimte om los te laten.
Voor wie dit geschikt is
Deze behandeling is bedoeld voor mensen die:
• terugkerende klachten hebben ondanks therapie
• het gevoel hebben dat hun lichaam nooit volledig ontspant
• restspanning ervaren na fysiotherapie
• chronische schouder-, nek- of rugklachten hebben
• het gevoel hebben dat er “iets blijft hangen” Niet voor wie alleen ontspanning zoekt. Wel voor wie bereid is dieper te kijken.
Wat betekent restspanning behandelen in de praktijk?
Na behandeling ervaren mensen vaak:
- meer bewegingsvrijheid mobiliteit
- minder drukgevoel
- diepere ademhaling
- rust in het lichaam
- minder terugkerende spanning Soms is één sessie voldoende. Soms zijn meerdere nodig om patronen volledig te resetten. Het doel is herstel van regulatie.
- helaas is langer behandelen niet altijd een voordeel het lichaam dient het ook te kunnen verwerken. dus ergens 60 a 90 minuten om mee te starten is echt genoeg!
Intake plannen
Heb je het gevoel dat jouw klacht niet alleen een spierprobleem is? Dat ontspanning tijdelijk helpt maar niet blijvend? Dan is het tijd om restspanning serieus te nemen. Plan een intake en ontdek of jouw klacht een beschermingspatroon is dat losgelaten kan worden of leest bijvoorbeeld een van de blogs
