Nekpijn · schouders · houding · Utrecht

Als je nek vastzit, kijk ik eerst naar je schouders.

Wat ik vaak zie bij nekklachten is dat de plek waar iemand pijn voelt maar een deel van het verhaal vertelt. Een schouder staat hoger, beide schouders trekken naar voren of het schouderblad beweegt anders mee. Dan begin ik niet automatisch met harder werken in de nek. Eerst wil ik zien waar de beweging wordt afgeremd.

HBO-massagetherapeut Klachtgericht behandelen
VBAG-lid Professioneel aangesloten
RBCZ-geregistreerd Kwaliteitsregistratie
Utrecht Leidsche Rijn Lift · gratis parkeren
Waarnemen

Een nek vertelt vaak iets over wat eromheen gebeurt.

Iemand kan binnenkomen met één duidelijke klacht: “mijn nek zit vast”. Toch zie ik regelmatig dat de schouders, het schouderblad en de bovenrug net zo belangrijk zijn om eerst naar te kijken.

Ik laat iemand daarom eerst bewegen. Draai je hoofd eens naar links. En naar rechts. Buig eens rustig naar voren. Het hoeft voor mij geen exacte meting in graden te zijn. Ik wil eerst waarnemen: gaat de beweging gemakkelijk, of lijkt ergens iets mee te trekken of te blokkeren?

Daarna kijk ik naar de houding. Staat één schouder hoger? Trekken de schouders naar voren? Staat het hoofd zichtbaar uit het midden? Hoe bewegen de schouderbladen wanneer de armen bewegen? Dat zijn geen diagnoses op zichzelf. Het zijn aanwijzingen die bepalen waar ik verder wil voelen en testen.

Wat mij in de praktijk opvalt

Wanneer iemand de rechterhand op de linkerschouder legt, of andersom, schuift het schouderblad naar buiten. Daardoor wordt het gebied langs de binnenrand van het schouderblad beter bereikbaar. Juist daar vind ik opvallend vaak gevoeligheid en spanning.

In dat gebied liggen onder andere de rhomboidei. Hogerop liggen de trapezius en levator scapulae. Je hoeft die namen als cliënt niet te onthouden. Voor mij is vooral belangrijk wat er gebeurt wanneer dat gebied verandert: wordt de schouder zachter, komt er ruimte en draait de nek daarna gemakkelijker?

Richten

Ik behandel niet eerst. Ik test eerst.

Nekklachten kunnen sterk op elkaar lijken terwijl het lichaam iets anders laat zien. Daarom probeer ik niet vooraf te beslissen welke techniek nodig is. Ik maak eerst een kleine verandering en kijk daarna opnieuw.

01 · KIJKEN

Hoe staat het lichaam?

Hoofd, schouders, schouderbladen, borstkas en links-rechtsverschillen.

02 · BEWEGEN

Waar stopt het?

Nek draaien, arm bewegen en voelen waar de beweging minder vrij wordt.

03 · BEHANDELEN

Eén ingang kiezen.

Bijvoorbeeld schouderblad, bovenrug, nek of bij armklachten ook de arm.

04 · HERTESTEN

Wat veranderde?

Draait het hoofd verder? Komt de arm hoger? Voelt bewegen makkelijker?

Dat opnieuw testen is voor mij essentieel. Als iemand na behandeling van het schouderblad direct vrijer kan draaien, is dat bruikbare informatie. Verandert er nauwelijks iets, dan hoef ik niet eindeloos op dezelfde plek door te werken. Dan kijk ik verder.

Nek en schoudergordel

Wat als je schouders voortdurend naar voren of omhoog staan?

Wat ik vaak zie is dat iemand niet alleen een gespannen nek heeft. De schouders staan hoger, trekken naar voren of bewegen links en rechts verschillend. Daarmee verandert ook de positie waarin verschillende spieren rondom nek en schouderblad moeten werken.

De trapezius verbindt onder andere schedel, wervelkolom, sleutelbeen en schouderblad. De levator scapulae loopt van de bovenste nekwervels naar het schouderblad. Daardoor zijn nek en schoudergordel anatomisch nauw met elkaar verbonden.

Dat betekent niet dat een afwijkende schouderstand automatisch de oorzaak van nekpijn is. Het betekent voor mij wel dat ik de schouder niet negeer wanneer iemand voor zijn nek komt.

Gewone taal

Tussen schouderblad en wervelkolom

Een gebied dat opvallend vaak gevoelig is wanneer nek en schouder samen gespannen aanvoelen.

Anatomie

Rhomboidei · trapezius · levator scapulae

Verschillende structuren rondom het schouderblad die samenwerken met houding en beweging van schouder en nek.

Verdiepen

Soms begint ontspannen juist met even aanspannen.

Een gespannen gebied probeer ik niet altijd direct passief los te masseren. Soms laat ik iemand juist kort actief aanspannen.

Bijvoorbeeld door de schouders bewust op te trekken terwijl ik contact en weerstand geef. Daarna laat iemand los. Ik volg vervolgens wat er gebeurt: zakken de schouders verder, voelt het gebied zachter en ontstaat er gemakkelijker beweging?

Soms herhaal ik dit een paar keer. Het doel is niet om een spier te forceren, maar om het verschil tussen aanspanning en loslaten voelbaar te maken. De eigen spieractiviteit van de cliënt wordt zo onderdeel van de behandeling.

Niet harder, maar nauwkeuriger

De nek kan stevig behandeld worden wanneer dat passend is, maar het is geen gebied waar ik gedachteloos kracht inzet. Rond nek en schedel werk ik liever precies, langzaam en afgestemd op de reactie van het lichaam.

Nek en schedelrand

Ook de overgang naar het hoofd kan veel informatie geven.

Rond de onderrand van de schedel voel ik regelmatig dat het weefsel opvallend gevoelig of gespannen is. Ik werk daar rustig vanuit de nek richting de schedelrand. Met de vingertoppen maak ik contact onder de rand en neem ik het weefsel langzaam mee richting het achterhoofd.

Vanuit shiatsu ken ik dit gebied ook als een zone waarin verschillende traditionele drukpunten worden gebruikt. Vanuit de westerse anatomie kijk ik vooral naar de musculaire en fasciale overgang tussen nek en schedel.

Welke uitleg je ook gebruikt, de praktische vraag blijft voor mij dezelfde: wat verandert er daarna?

Wanneer de arm meespeelt

Nek-schouder is iets anders dan nek-schouder-arm.

Wanneer iemand naast nek- en schouderklachten ook spanning of beperkte beweging in de arm heeft, kijk ik verder. Dan kan ik bijvoorbeeld de onderarm, bovenarm en structuren rondom de schouder meenemen.

De brachioradialis in de onderarm, de triceps, het gebied rondom de rotator cuff en de overgang bij oksel en borst kunnen onderdeel worden van het onderzoek. Niet omdat één van deze spieren automatisch “de oorzaak” is van de nekklacht, maar omdat arm, schouderblad en nek functioneel samenwerken.

Ik gebruik daarbij soms trage deep-tissue technieken, soms pinch-and-release en soms actieve aanspanning door de cliënt. De techniek is nooit het uitgangspunt. De reactie erna bepaalt of ik doorga.

De controle is beweging

Kon iemand de arm vóór de behandeling nauwelijks hoger brengen en lukt dat daarna gemakkelijker? Kan het hoofd verder draaien? Dan heb ik informatie gekregen. Niet alleen uit wat mijn handen voelen, maar uit wat het lichaam daarna daadwerkelijk kan.

Verder kijken

En soms blijkt de nek maar één deel van het patroon.

Soms reageert de nek nauwelijks wanneer ik alleen lokaal werk. Dan kijk ik verder naar bovenrug, lange rugspieren, borstkas, bekken en eventueel benen. Niet omdat iedere nekklacht uit het bekken of de hamstrings komt, maar omdat houding en beweging door het lichaam als geheel worden georganiseerd.

Daarbij gebruik ik mijn kennis van fascia en myofasciale verbindingen als een kaart om verder te onderzoeken. Anatomisch bestaan er verbindingen tussen verschillende spier- en fasciale structuren, maar een keten op papier bewijst niet waar een individuele klacht ontstaat.

Daarom blijft mijn eigen volgorde belangrijk: waarnemen, behandelen en opnieuw kijken. Verandert er iets wanneer ik elders werk? Zo ja, dan is dat voor deze cliënt relevante informatie.

Uit de praktijk

De nekklacht was zichtbaar bovenin. Het patroon niet.

Recent kwam een cliënt binnen met klachten rond nek en schouder. In stand zag ik dat de schouders naar voren stonden en dat de houding links en rechts niet volledig gelijk was. Ook rond het bekken zag ik duidelijke asymmetrie.

In plaats van alleen de nek te behandelen heb ik onder andere gewerkt rond borst, arm, schouderblad, rug en bekken. Daarbij keek ik steeds wat veranderde in spanning en bewegingsvrijheid.

De asymmetrie rond het bekken vond ik voldoende opvallend om niet zelf te gaan verklaren of corrigeren. Ik adviseerde aanvullend onderzoek bij een arts die gespecialiseerd is in het bewegingsapparaat.

Dat is voor mij ook klachtgericht werken: niet alles willen oplossen met massage, maar herkennen wanneer verder onderzoek verstandig is.

Veilig behandelen

Niet iedere nekklacht hoort direct op de massagetafel.

Bij twijfel eerst medisch laten beoordelen

Nekpijn na een ongeval of val, plotselinge ernstige of afwijkende hoofdpijn, neurologische uitval, duidelijke gevoelsstoornissen, onverklaarbaar krachtverlies, ernstige duizeligheid of snel toenemende klachten verdienen eerst medische beoordeling.

Massage vervangt geen medische diagnostiek. Wanneer het klachtenbeeld daar aanleiding toe geeft, behandel ik niet door maar adviseer ik aanvullend onderzoek.

Bekijk wanneer massage niet geschikt is →

Verder binnen het nekcluster

Nekklachten kunnen vanuit verschillende richtingen bekeken worden.

Deze pagina gaat vooral over de relatie tussen nek, schouders en houding. Binnen het nekcluster bouwen we verder aan andere specialistische invalshoeken.

Klachtgerichte massagetherapie · Utrecht

Je hoeft niet zelf uit te zoeken waar jouw nekklacht vandaan komt.

Begin bij wat je merkt. Tijdens de behandeling kijken we naar houding, beweging en spanning en testen we welke ingang voor jouw lichaam relevant is.

Klachtgericht Masseren · Leidse Rijn 11 · Utrecht Leidsche Rijn · 2e etage · lift aanwezig · gratis parkeren