Spierpijn is niet één ding.
Een spier kan pijnlijk zijn na sporten, door langdurige belasting, lokale gevoeligheid of omdat een ander deel van het lichaam meespeelt.
Daarom begin ik niet met de vraag welke massage je nodig hebt. Eerst wil ik begrijpen welk soort spierpijn je bedoelt.

Vier heel verschillende dingen kunnen als spierpijn voelen.
Na sporten
Vooral na een nieuwe of zware training kunnen spieren één tot drie dagen later gevoelig en stijf zijn. Dit noemen we DOMS.
Overbelasting
Een spiergroep krijgt steeds opnieuw werk zonder voldoende herstel. Het gebied voelt zwaar, strak of vermoeid.
Lokale spierpijn
Soms voel je een duidelijke gevoelige plek, strakke band of wat in de volksmond een spierknoop wordt genoemd.
Pijn vanuit iets anders
Een gewricht, pees, zenuw of veranderde beweging kan ervoor zorgen dat omliggende spieren extra gaan aanspannen.
Je kabeltjesbeeld is eigenlijk best goed.
Een spier bestaat uit enorme aantallen spiervezels die in bundels naast elkaar liggen. Binnen die vezels zitten nog kleinere structuren die kracht kunnen maken.
Bij aanspanning schuiven eiwitfilamenten, vooral actine en myosine, langs elkaar. Daardoor worden de kleinste contractiele eenheden korter en kan uiteindelijk de hele spier kracht leveren of verkorten.
Rond al die vezels en bundels zit bindweefsel. Spier en fascia zijn dus niet twee volledig losse systemen. Ze zijn anatomisch met elkaar verweven.
Zie het als duizenden kleine kabeltjes in een beweeglijke verpakking.
Als alles goed samenwerkt kunnen die vezels kracht maken en daarna weer ontspannen. Maar een spier kan lokaal gevoelig, stijf of voortdurend actief aanvoelen.
Dat betekent niet automatisch dat er letterlijk een kabeltje geknoopt, vastgeplakt of beschadigd is. Wat je voelt is vaak een combinatie van spieractiviteit, gevoeligheid, bindweefsel en informatie uit het zenuwstelsel.
Je kunt ze voelen. Maar een knoop is niet letterlijk een knoop.
Veel mensen herkennen een harde, gevoelige plek in een spier. In de praktijk wordt zo'n gebied vaak een spierknoop of triggerpoint genoemd.
Bij druk kan zo'n plek lokaal gevoelig zijn of pijn naar een ander gebied laten uitstralen. Over wat er fysiologisch precies gebeurt bestaat nog discussie.
Mogelijke verklaringen gaan onder andere over lokale spieractiviteit, gevoeligheid van zenuwuiteinden, veranderingen rond motorische eindplaten en verwerking van pijn door het zenuwstelsel.
Loslaten hoeft niet te betekenen dat ik iets mechanisch uit elkaar trek.
Fascia bevat zenuwuiteinden en mechanoreceptoren en staat mechanisch in verbinding met spieren en omliggende structuren.
Wanneer ik langzaam druk, beweging of rek geef, verandert de mechanische en sensorische informatie die vanuit dat gebied naar het zenuwstelsel gaat. Soms voelt het weefsel daarna zachter en beweegt iemand duidelijk vrijer.
Binnen lichaamswerk noemen we zo'n merkbare verandering vaak een fascia release. Dat is iets anders dan beweren dat ik letterlijk een verkleving losscheur.
Je lichaam kan een spanningspatroon leren.
“Spiergeheugen” is een handige term, maar het geheugen zit niet simpelweg opgeslagen in één receptor in de spier.
Je zenuwstelsel krijgt voortdurend informatie uit spieren, pezen, gewrichten, huid en bindweefsel. Op basis daarvan wordt steeds bepaald hoeveel spieractiviteit nodig lijkt.
Een beschermend bewegings- of spanningspatroon kan daardoor blijven bestaan, ook wanneer de oorspronkelijke aanleiding inmiddels veranderd is.
De sensoren die meespelen.
Proprioceptieve sensoren in de spier. Ze bevatten intrafusale spiervezels en geven via onder andere Ia- en II-afferenten informatie over spierlengte en verandering van lengte.
Het zenuwstelsel kan de gevoeligheid van spierspoeltjes actief afstemmen. Een spierspoeltje is dus geen simpele aan-uit sensor.
Sensoren die informatie leveren over spanning en kracht rond de spier-peesovergang.
Ruffini-achtige mechanoreceptoren zijn onder andere beschreven in fasciale en gewrichtsgerelateerde weefsels. Ruffini is dus niet een andere naam voor het spierspoeltje.

Soms verandert beweging binnen enkele minuten.
Iemand draait zijn nek, heft een arm of buigt een heup. Ik doe een korte interventie. Daarna testen we dezelfde beweging opnieuw.
Soms is de verandering direct groot. Dat betekent niet dat ik daarmee bewezen heb welk microscopisch mechanisme de oorzaak was. Het vertelt mij wel iets belangrijks: dit patroon is beïnvloedbaar.
Bij neuro-resetachtige technieken, rustige druk, mobilisatie of fasciawerk kan veranderde sensorische input leiden tot een andere motorische output. Spierspoeltjes en andere sensoren kunnen daarin meespelen, maar ik kan in de praktijk niet aanwijzen welke receptor precies verantwoordelijk was.
Massage geeft mechanische én sensorische informatie.
Druk, beweging, rek en aanraking veranderen wat huid, spier, fascia en het zenuwstelsel op dat moment waarnemen.
Sensorische input kan de manier waarop pijn wordt verwerkt tijdelijk veranderen.
Een gebied kan na behandeling minder gespannen of makkelijker beweegbaar aanvoelen.
Daarom test ik bereik en beweging graag vóór en na een interventie.
Mechanische belasting heeft lokale effecten op spier en bindweefsel. De biologie daarvan is complexer dan alleen “meer bloed”.
Aanraking en druk geven informatie over positie, spanning en beweging van een gebied.
Minder algemene waakzaamheid kan invloed hebben op hoe spanning en pijn worden ervaren.
DOMS is niet hetzelfde als “verzuring”.
Die pijn die één of twee dagen na een zware training opkomt, wordt delayed onset muscle soreness genoemd.
Lactaat wordt relatief snel verwerkt. Het verklaart niet waarom je twee dagen later nog spierpijn hebt.
Vooral zware of onbekende excentrische belasting kan mechanische stress, lokale ontstekingsprocessen en verhoogde gevoeligheid veroorzaken.
Onderzoek laat zien dat massage de ervaren DOMS kan verminderen. Dat betekent niet dat massage iedere vorm van spierherstel versnelt.
Wat weten we, en wat weten we nog niet?
Veel verklaringen binnen massage zijn jarenlang te eenvoudig verteld. “Afvalstoffen eruit”, “melkzuur wegmasseren” en “een verkleving kapotmaken” klinken logisch, maar beschrijven de fysiologie onvoldoende.
Het huidige beeld is interessanter. Massage combineert mechanische belasting, sensorische input, pijnmodulatie en lokale biologische reacties. De precieze bijdrage van elk mechanisme verschilt per situatie en is nog onderwerp van onderzoek.
Een kleine mechanistische studie met spierbiopten na zware inspanning liet bijvoorbeeld zien dat massage bepaalde inflammatoire signaleringsroutes kon dempen. Dat is iets heel anders dan zeggen dat massage eerst een ontsteking veroorzaakt om het immuunsysteem een “boost” te geven.
Spierpijn kan verschillende routes hebben.
Drie routes. Geen gedoe.
Ik weet dat ik wil komen.
Boek direct een afspraak. Je hoeft vooraf geen triggerpoint-, fascia- of deep-tissuebehandeling te kiezen.
Afspraak maken →Ik weet niet wat voor spierpijn dit is.
Stuur kort waar je het voelt, wanneer het begon en wat beweging of belasting ermee doet.
WhatsApp Maurice →Ik wil liever even bellen.
Tijdens behandelingen neem ik niet op. Zie ik je gemiste oproep, dan bel ik terug zodra dat lukt. WhatsApp is meestal sneller.
Bel 06 50859984 →Over massage en spierpijn.
Helpt massage tegen spierpijn?
Massage kan de ervaren spierpijn en stijfheid verminderen, vooral bij bepaalde vormen van lokale spierspanning en spierpijn na inspanning. Het effect hangt af van de oorzaak. Massage is geen behandeling voor iedere blessure of medische oorzaak van spierpijn.
Komt spierpijn na sporten door melkzuur?
Nee. Lactaat wordt relatief snel verwerkt en verklaart geen spierpijn die 24 tot 72 uur later ontstaat. DOMS hangt samen met de reactie van spierweefsel en het zenuwstelsel op vooral ongebruikelijke of zware belasting.
Kun je een spierknoop wegmasseren?
Je kunt een lokaal gevoelig of gespannen gebied behandelen en daarna kan het zachter of minder pijnlijk aanvoelen. Maar een “spierknoop” is niet simpelweg een fysiek knoopje dat je met genoeg kracht uit elkaar kunt drukken.
Kun je spierspoeltjes resetten?
“Resetten” is een handige praktijkterm, maar wetenschappelijk te stellig. Spierspoeltjes leveren informatie over spierlengte en beweging en hun gevoeligheid wordt door het zenuwstelsel gereguleerd. Een korte interventie kan soms direct bewegingsvrijheid veranderen, maar daarmee is niet bewezen dat één specifieke receptor is gereset.
Wat is fascia release?
In lichaamswerk gebruiken we die term voor een merkbare verandering in spanning, gevoel of bewegingsvrijheid van een gebied. Dat hoeft niet te betekenen dat een anatomische verkleving letterlijk mechanisch uit elkaar is getrokken.
Niet iedere pijnlijke spier heeft méér druk nodig.
Soms vraagt een spier om druk. Soms om beweging. Soms vooral om tijd. De kunst is eerst uitzoeken welk verhaal jouw spierpijn vertelt.
