Waarom behandel ik soms ergens anders dan waar het pijn doet?
Je voelt pijn tussen je schouderbladen. Ik behandel daar. En ineens voel je iets in je tegenovergestelde kuit. Of ik werk aan je been en je voelt tintelingen in je arm of hand.
Dat klinkt vreemd als je het lichaam ziet als losse onderdelen. Het wordt logischer wanneer je kijkt naar spieren, bindweefsel, zenuwstelsel en beweging als één samenwerkend systeem.
Ik begin niet automatisch ergens anders.
Als je schouder pijn doet, onderzoek ik natuurlijk je schouder. Als je kuit pijnlijk is, kijk ik naar je kuit.
Lokale anatomie blijft belangrijk. Een pijnlijke plek kan te maken hebben met spier, pees, gewricht, zenuw of ander weefsel in dat gebied.
Maar als het lokale verhaal niet voldoende verklaart waarom iets beperkt blijft, kijk ik verder.
Niet aannemen dat de pijnplek ook automatisch de oorzaak is.
Soms behandelt iemand maandenlang dezelfde spier omdat die steeds gespannen voelt. Dat kan prima zijn als daar daadwerkelijk de ingang zit.
Maar wanneer de spanning steeds terugkomt, wil ik weten welke andere structuren of bewegingspatronen het gebied mogelijk blijven beïnvloeden.
Er is niet één verklaring.
Een reactie op afstand betekent niet automatisch “fascia”. Er zijn meerdere systemen die tegelijk kunnen bijdragen.
Mechanische verbinding
Spieren en bindweefsel lopen in elkaar over en kunnen krachten over meerdere structuren verdelen.
Bewegingsketens
Tijdens lopen, tillen of draaien werken voet, been, bekken, romp, schouder en arm samen.
Zenuwstelsel
Sensorische informatie wordt in ruggenmerg en hersenen verwerkt en kan soms op een andere plek worden ervaren.
Bescherming en compensatie
Wanneer één gebied minder vrij beweegt kan het lichaam elders extra spieractiviteit organiseren.
Je rechterarm en linkerbeen zijn geen vreemden van elkaar.
Kijk maar naar lopen. Wanneer je rechterbeen naar voren beweegt, beweegt je linkerarm mee. De romp roteert en het bekken reageert.
Een bekend anatomisch voorbeeld is de verbinding tussen latissimus dorsi, thoracolumbale fascia en de gluteus maximus aan de tegenovergestelde zijde.
Een verbinding is nog geen verklaring voor iedere klacht.
Myofasciale lijnen en diagonale ketens zijn nuttige kaarten. Ze helpen mij verder kijken dan één spier.
Maar ik kan niet zeggen dat druk tussen je schouderbladen via één exacte fasciale route rechtstreeks je tegenovergestelde kuit verandert.
Daarvoor zijn de mogelijke mechanismen te complex en kunnen ook zenuwstelsel, houding en motorische aansturing meespelen.
Een hand op plek A. Een reactie op plek B.
Cliënten vertellen mij regelmatig dat ze tijdens een behandeling ergens anders iets voelen dan waar mijn handen op dat moment zijn.
Dat kan warmte zijn, tinteling, trekkend gevoel, ontspanning of simpelweg het idee dat een ander lichaamsdeel ineens aanwezig wordt.
Soms werk ik tussen de schouderbladen en wordt iets gevoeld in een tegenovergestelde kuit. Soms behandel ik benen en meldt iemand sensaties in handen of armen.
Het zenuwstelsel kan net zo interessant zijn.
Spieren, huid, gewrichten en bindweefsel sturen voortdurend sensorische informatie naar ruggenmerg en hersenen.
Die informatie wordt niet verwerkt als losse kabels met ieder een eigen schermpje. Signalen worden gecombineerd, vergeleken en gekoppeld aan eerdere ervaringen, beweging en bescherming.
Daardoor kan pijn of sensatie soms op afstand worden ervaren. Referred pain is daar een bekend voorbeeld van.
Aanraking, druk, rek, temperatuur en beweging leveren voortdurend informatie.
Het zenuwstelsel past vervolgens spieractiviteit en beweging aan.
Een gebied kan gespannen blijven omdat het systeem beweging nog als bedreigend beoordeelt.
Nieuwe input kan soms direct een andere beweging of een ander gevoel opleveren.
Iedere stap loopt door het hele lichaam.
Wanneer je voet de grond raakt moet het lichaam de belasting opvangen, verplaatsen en opnieuw afzetten.
Voet en enkel beïnvloeden hoe het onderbeen beweegt. Knie en heup reageren daarop. Bekken en romp organiseren de beweging verder. De armen en schouders bewegen mee.
Voet en enkel maken contact met de grond.
Knie en heup verwerken de beweging verder.
Bekken en romp dragen kracht en rotatie over.
Schouders en armen bewegen contralateraal mee.
Een schouderklacht hoeft niet te betekenen dat ik alleen de schouder behandel.
Als beweging laat zien dat er lager in het systeem iets opvallends gebeurt, kan het interessant zijn dat eerst te onderzoeken.
Hetzelfde geldt andersom. Bij een beenklacht kan romp- of schouderbeweging relevant zijn wanneer het hele bewegingspatroon daarom vraagt.
Ik hoef de verbinding niet te geloven. Ik kan haar testen.
Waarnemen
We beginnen met de beweging of klacht zoals die nu is. Hoe ver draait, buigt, heft of belast het lichaam?
Gericht behandelen
Ik kies één ingang die op basis van houding, beweging, palpatie en samenhang interessant lijkt.
Opnieuw testen
We herhalen dezelfde beweging. Verandert die direct, dan weet ik dat dit deel van het systeem beïnvloedbaar is.
Zo kan verder kijken er praktisch uitzien.
Een schouder voelt beperkt. Dan kunnen onderarm, bovenarm, borst en clavicularegio interessante ingangen zijn.
Lees over armmassage →Bij rotatie en lopen werken diagonale patronen tussen bovenlichaam, thoracolumbale fascia en bekken samen.
Lees over schouderklachten →Als enkelbeweging beperkt is kan het lichaam tijdens lopen, springen of squatten hogerop een andere strategie kiezen.
Bekijk klachtgerichte behandeling →Nekrotatie kan veranderen wanneer spanning rond borst, arm of schoudergordel wordt meegenomen.
Lees over nekklachten →De oorspronkelijke blessure kan herstellen terwijl een beschermings- of compensatiepatroon blijft bestaan.
Lees over restspanning →Sport maakt verbanden extra zichtbaar omdat kracht steeds door meerdere gewrichten en lichaamsdelen wordt overgedragen.
Lees over sportmassage →Een tinteling is niet automatisch een “release”.
Tintelingen kunnen tijdens lichaamswerk ontstaan, maar kunnen ook passen bij irritatie of druk op een zenuw.
Bij blijvende gevoelloosheid, duidelijke krachtsvermindering, nieuwe neurologische klachten, opvallende verkleuring, forse zwelling of hevige onverklaarde pijn is medische beoordeling belangrijker dan verder masseren.
Bekijk wanneer massage niet verstandig is →Ik probeer niet alles met fascia te verklaren.
Myofasciale lijnen zijn waardevol. Neurologie is waardevol. Lokale anatomie is waardevol. Bewegingsanalyse is waardevol.
De fout ontstaat wanneer één model alles moet verklaren. Daarom gebruik ik modellen om te kijken, maar laat ik de reactie van het lichaam bepalen of een gekozen ingang zinvol is.
Van lokale klacht naar samenhang.
Een aanvullende verzekering kan verschil maken.
Sommige aanvullende zorgverzekeringen vergoeden een deel van een klachtgerichte behandeling. Of dat voor jou geldt hangt af van de daadwerkelijk geleverde zorg, je verzekeraar, polis en voorwaarden.
Vergoedt jouw aanvullende verzekering bijvoorbeeld €40 voor een in aanmerking komende behandeling, dan is dat €40 minder dat je uiteindelijk zelf betaalt. Dit is geen garantie op vergoeding.
Drie routes. Geen gedoe.
Ik weet dat ik wil komen.
Boek direct een behandeling. Je hoeft vooraf niet uit te zoeken welke spier, fascialijn of techniek nodig is.
Afspraak maken →Mijn klacht voelt vreemd of verspreid.
Stuur kort waar je iets voelt, waar het begon en welke beweging invloed heeft. Dan kan ik aangeven of dit iets is om in de praktijk verder te onderzoeken.
WhatsApp Maurice →Ik wil liever even bellen.
Tijdens behandelingen neem ik niet op. Zie ik je gemiste oproep, dan bel ik terug zodra dat lukt, soms later die dag of de volgende ochtend. WhatsApp is meestal sneller.
Bel 06 50859984 →Over myofasciale lijnen en reacties op afstand.
Kan een kuit echt invloed hebben op een schouder?
Tijdens bewegen werken been, bekken, romp en schouder samen. Er bestaan daarnaast anatomische en myofasciale verbindingen tussen deze gebieden. Dat betekent niet dat iedere schouderklacht door een kuitprobleem wordt veroorzaakt.
Waarom voel ik soms iets op een andere plek tijdens massage?
Dat kan meerdere verklaringen hebben. Mechanische spanning kan zich over verbonden weefsels verdelen, maar ook het zenuwstelsel kan ervoor zorgen dat sensaties op afstand worden waargenomen. Uit alleen de sensatie kan niet worden vastgesteld welk mechanisme verantwoordelijk is.
Zijn myofasciale lijnen wetenschappelijk bewezen?
Anatomische continuiteit tussen verschillende spieren en fasciale structuren is voor meerdere voorgestelde ketens aangetoond. De precieze klinische betekenis en hoeveel kracht over grote afstanden wordt overgedragen is nog onderwerp van onderzoek. Daarom gebruik ik de lijnen als model, niet als absolute waarheid.
Wat is referred pain?
Referred pain betekent dat pijn op een andere plek wordt ervaren dan waar de relevante prikkel of structuur zich bevindt. De verwerking van signalen in het zenuwstelsel speelt daarbij een belangrijke rol.
Waarom test je na een behandeling opnieuw?
Omdat een theorie pas interessant wordt wanneer er daadwerkelijk iets verandert. Door dezelfde beweging opnieuw te testen kan ik zien of de gekozen ingang invloed heeft op het probleem dat we onderzoeken.
Betekent een directe verbetering dat de oorzaak gevonden is?
Nee. Een directe verandering laat vooral zien dat een onderdeel van het patroon beïnvloedbaar is. Dat is waardevolle informatie, maar geen bewijs dat één spier of fascialijn de volledige oorzaak was.
Niet het model moet gelijk krijgen. Jouw lichaam moet iets laten zien.
Daarom kijk ik lokaal én verder. Ik kies één ingang, behandel en test opnieuw. Verandert er iets, dan hebben we nieuwe informatie om mee verder te werken.
